neushaar+van+de+paus+kopie.jpg
 
 

Anekdotes

Rik Felderhof houdt van het schrijven van korte wonderlijke verhalen, sprookjes en anekdotes.
Zijn laatste boek ‘Een zomer in Italië’ staat er vol mee.
Via deze weg willen we u graag laten mee genieten van een aantal anekdotes.

Met illustraties van Jos Thommassen.

 

De gebochelde mandoline speler

de gebochelde mandolinespeler.jpg

Wanneer de meeste bezoekers huiswaarts keren en het plein langzaam leeg raakt, komt hij uit een van de steegjes tevoorschijn: De gebochelde mandoline speler.

Bescheiden schuifelend, blik op de kasseien gericht, maakt hij zijn opwachting bij het terras van ristorante di Rienzo waar nog enkele late gasten de avond afronden met een digestief. 

De muzikant legt zijn hoofd bijna liefkozend tegen de buik van het instrument en de vingers van zijn rechterhand beroeren voorzichtig de snaren. Zijn getokkel, voor wie het horen kan, klinkt aandoenlijk maar lost op in het geluid van stapelende stoelen op de terrassen van het piazza della Rotonda. De broze melodie reikt niet verder dan slechts een tafeltje, het terras is bijna leeg, de obers halen de tafellakens al af, het lijkt de muzikant niet te deren, Zijn gehoor bestaat uit lege glazen en verkreukelde tafellakens. misschien tokkelt hij voor zichzelf of denkt aan zijn moeder, de enige vrouw die hem ooit heeft ingestopt.

Toen duidelijk werd dat de kleine Giuseppe een afwijking aan de wervelkolom had en gebogen door het leven zou moeten gaan, nam zijn moeder als serveerster extra diensten aan om een spaarpot te maken voor een degelijke opleiding voor haar gehandicapte kind. Giuseppe bleek intelligent te zijn en koesterde de wens om sterrenkundige te worden. Nogal verrassend voor iemand die niet omhoog kon kijken. Het lukte hem om af te studeren, maar is als academicus nooit een dag aan het werk geweest. Hij kocht een tweedehands mandoline en startte zijn loopbaan als straatmuzikant. Een schamel bestaan zonder enig perspectief, maar hij vond (en vindt nog steeds) troost in de muziek. Het tilt hem als het ware op naar een denkbeeldige hemel, waar een misvormd lichaam niet relevant is, waar tussen de sterren mededogen, warmte en licht ons zin deel zal zijn. Zo staat het beschreven in het oude bijbeltje dat op zijn nachtkastje ligt.

Er scharrelt een hondje over het plein en nestelt zich uiteindelijk aan de voeten van een meisje van een jaar of veertien met zwarte krullen. Zij is de enige die aandacht heeft voor het optreden van de mandoline speler, Arianna het zigeunermeisje dat elke avond met een mandje vol rozen langs de terrassen gaat en met haar liefste glimlach mannen probeert te verleiden tot aankoop van een rode roos. Ze had goeie zaken gedaan en trakteerde zichzelf nu op een mokka-ijsje, dat ze leunend tegen een lantaarnpaal, aan het weglepelen was. Onderwijl luisterend naar een deel uit het mandoline concert van Vivaldi, dat Giuseppe met zoveel overgave ten gehore bracht. Ze had medelijden met de oude man, die zich alleen in het donker vertoonde en zijn gebrek als een last met zich meedroeg. Soms aten ze samen zwijgend een ijsje, op de trappen bij de fontein en gingen daarna weer ieder een eigen kant op.

In de kerstweek mochten ze bij uitzondering ook binnen komen in de restaurants en langs de tafeltjes gaan. Giuseppe speelde zijn muziek, Arianna verkocht haar rozen. Op kerstavond hadden ze zomaar samen een kerk bezocht en een kaarsje opgestoken. Giuseppe had eerbiedig op zijn mandoline een psalm getokkeld.
‘God houdt van muziek’ had Arianna gezegd.
‘En van rozen’ had Giuseppe geantwoord. ‘We boffen toch maar’ had ze geglimlacht. ‘Zo is het, we zijn bevoorrecht’.

Nog immer kunt u ‘s avonds na elf uur een glimp opvangen van de gebochelde mandoline speler op het piazza della Rotonda naast het Pantheon in Rome.